Weemoed

Nu het lente wordt en ik hoor ’s morgens vroeg of ’s middags als ik op bed lig de vogels kwinkeleren, bekruipt mij een gevoel van weemoed.

Ik ben opgegroeid in een prachtig huis in Baarn, met een al even prachtige grote tuin. Als dan in de lente de schuifpui openging kon je binnen de vogels horen fluiten en je zag de eekhoorntjes door de bomen schieten en ’s avonds, als je in de zomer op het terras zat, of in het gras lag kon je de vleermuizen over zien vliegen.

Dat huis staat voor mijn jeugd, al heb ik er maar relatief kort gewoond, van mijn zevende tot mijn veertiende, dat huis is mijn ouderlijk huis en toen het ouderlijk paar uit elkaar ging was het ook het einde van dit huis. Het huis staat voor mijn symbool voor een gelukkige jeugd en al was mijn vader weinig thuis en mijn moeder geen knuffelmoeder, ik ben daar heel gelukkig geweest.

Het was een plek die ik mijn kleinkinderen ook had gegund, samen met een opa en oma die samen de kleinkinderen te logeren kregen en die tuin om in de spelen en om met oma een enorme schaal aardbeien schoon te maken.

Die gescheiden ouders, dat blijft toch wel een dingetje. Hoe lang zijn ze nu uit elkaar? Ik denk een jaar of 22, net zo lang als ze getrouwd zijn geweest. Maar toch, weemoed is een raar ding…

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s